borsten: hoe ze zijn opgebouwd en verande…2026 · breasts.nl

Breasts.nl.

Borsten, maten en ingrepen, feitelijk uitgelegd

Lichaam en verandering

Hoe een borst is opgebouwd

Anatomische doorsnede van een borst met melkklieren, melkgangen, vetweefsel en de spierlaag eronder
Foto: Andrewmeyerson — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Wat de doorsnede laat zien

De tekening hierboven is een doorsnede: helemaal rechts de ribben met daarop de grote borstspier, daarvoor een laag geel vetweefsel, en daartussen de paars getekende klierkwabben met de melkgangen die als een waaier naar de tepel toe lopen. De borst zelf bevat geen spierweefsel; hij ligt op de spier, niet erin. Dat is meteen de reden dat borsten niet steviger te trainen zijn: u traint de laag eronder, niet de borst.

Klierweefsel en melkgangen

Elke borst bevat vijftien tot twintig kwabben, die elk weer uit kleinere kwabjes bestaan waarin de melk gemaakt wordt. Vanuit elk kwab loopt een melkgang naar de tepel, waar de gangen apart uitmonden. Dit stelsel ligt er van de puberteit af, ook bij vrouwen die nooit zwanger worden; het wordt pas actief onder invloed van de hormonen van een zwangerschap.

Vetweefsel bepaalt het volume

De rest van de borst bestaat vooral uit vetweefsel, en dat vet bepaalt grotendeels de omvang. Daarom veranderen borsten mee met het gewicht: een paar kilo eraf of erbij is vaak meteen een halve cupmaat. De hoeveelheid klierweefsel verschilt daarnaast sterk per persoon en zegt niets over de grootte; een kleine borst kan veel klierweefsel bevatten en een grote borst weinig.

De banden van Cooper

Door de borst lopen fijne bindweefselbanden die van de huid naar de spierlaag lopen en het weefsel op zijn plaats houden. Ze worden de banden van Cooper genoemd. Ze rekken uit door de jaren, door zwangerschap en door gewicht, en dat uitrekken is niet terug te draaien. Een goed passende bh vermindert de beweging en daarmee de belasting, maar geen enkele bh maakt uitgerekt bindweefsel weer strak.

Tepel en tepelhof

Rond de tepel ligt de donkerder gekleurde tepelhof met kleine bobbeltjes: de kliertjes van Montgomery, die een vettig, licht antibacterieel vocht afscheiden dat de huid tijdens borstvoeding beschermt. Tepelgrootte, kleur en stand verschillen sterk en zeggen op zichzelf niets. Een tepel die altijd naar binnen heeft gestaan is meestal een normale variant; een tepel die nieuw naar binnen trekt, hoort te worden nagekeken.

Lymfe en de oksel

De borst wordt gedraineerd door lymfevaten die grotendeels naar de lymfeklieren in de oksel lopen. Dat verklaart waarom bij borstonderzoek ook de oksel wordt betast, en waarom een gezwollen okselklier bij een borstprobleem relevant is. Het verklaart eveneens waarom borstweefsel doorloopt tot in de oksel: de zogeheten staart van Spence. Zelfonderzoek hoort dat gebied dus mee te nemen.

Waarom dichtheid uitmaakt

De verhouding tussen klier- en vetweefsel bepaalt hoe dicht de borst is. Op een mammografie is dicht klierweefsel wit, en afwijkingen zijn dat ook. Bij jonge vrouwen en bij vrouwen met dicht weefsel is een mammografie daardoor lastiger te beoordelen en wordt er vaker een echo bijgedaan. Na de overgang verandert die verhouding: klierweefsel wordt vervangen door vet, en juist daardoor wordt het beeld beter leesbaar.

Veelgestelde vragen

Niet de borst zelf, want daar zit geen spier in. Training van de borstspier eronder kan de stand iets veranderen, maar het bindweefsel en het vetweefsel blijven wat ze zijn.

De verdeling van klier- en vetweefsel verschilt per kant, net als de grootte. Wat telt is of iets nieuw is: een verandering ten opzichte van wat u kent, is de reden om te laten kijken.