Borsten, maten en ingrepen, feitelijk uitgelegd

De foto toont de eerste stap: een chirurg beweegt een dunne canule onder de huid om vetweefsel weg te zuigen, meestal uit de buik, de flanken of de binnenkant van de bovenbenen. Dat vet is de grondstof. Zonder voldoende eigen vet op een donorplek is lipofilling geen optie, en dat is meteen de belangrijkste reden dat de ingreep niet voor iedereen geschikt is.
Het opgezogen vet wordt gefilterd of gecentrifugeerd, zodat bloed, vocht en olie eruit gaan en er zuivere vetcellen overblijven. Die worden vervolgens in kleine porties op verschillende dieptes in de borst ingebracht, via enkele prikgaatjes van een paar millimeter. Fijn verdeeld inbrengen is essentieel: een grote klomp vet krijgt geen doorbloeding en gaat dood.
Een deel van het ingebrachte vet wordt door het lichaam opgenomen. In de literatuur worden percentages van ongeveer dertig tot zeventig procent behoud genoemd, afhankelijk van techniek, doorbloeding en patiënt. Het eindresultaat is pas na drie tot zes maanden te beoordelen. Per sessie is de winst beperkt tot ongeveer een halve tot hele cupmaat, dus wie meer wil, heeft meerdere sessies nodig.
Geen lichaamsvreemd materiaal, geen kapselvorming rond een implantaat, geen vervanging na jaren, een natuurlijk gevoel, en op de donorplek een slanker resultaat. Voor correcties van kleine oneffenheden, voor het opvullen van de bovenpool bij een implantaat en voor reconstructies na borstkanker is het inmiddels een vaste techniek.
De volumewinst is beperkt en deels onvoorspelbaar. Er kan vetnecrose ontstaan: klompjes afgestorven vet die als knobbels voelbaar blijven, soms verkalken en op een mammografie op afwijkingen kunnen lijken. Ook olie-cysten komen voor. Verder gelden de gebruikelijke operatierisico's van de liposuctie zelf, zoals bloeduitstorting, vochtophoping en oneffenheden op de donorplek.
Vertel bij een mammografie of echo altijd dat u lipofilling hebt gehad. Verkalkingen na vettransplantatie hebben vaak een herkenbaar patroon, maar de radioloog moet weten dat ze er kunnen zijn. Bewaar de operatiegegevens en de datum; dat scheelt onnodig aanvullend onderzoek.
De ingreep duurt twee tot drie uur, meestal onder algehele narcose of onder sedatie met plaatselijke verdoving. De donorplek is de eerste weken gevoelig en blauw, en daar draagt u een compressiebroek. De borst zelf is minder pijnlijk dan bij een implantaat. Zwaar sporten laat u zes weken staan, en druk op de behandelde borst vermijdt u de eerste weken zoveel mogelijk.
Lipofilling werkt het best bij vrouwen die een bescheiden vergroting willen, die voldoende vetweefsel op een donorplek hebben en die een natuurlijk resultaat belangrijker vinden dan een groot volume. Voor wie erg slank is, is er domweg te weinig grondstof. Voor wie twee of meer cupmaten wil, zijn meerdere sessies met tussenpozen van maanden nodig, en dan telt de optelsom van kosten en hersteltijd snel op tot boven die van een implantaat.
Het heeft andere risico's. Er is geen lichaamsvreemd materiaal, maar wel kans op vetnecrose en verkalkingen, en de uitkomst is minder voorspelbaar.
Nee. Getransplanteerd vet gedraagt zich als gewoon vetweefsel en krimpt mee bij gewichtsverlies.