Borsten, maten en ingrepen, feitelijk uitgelegd

Bij dit onderwerp hoort geen reclamebeeld, en bij de foto van een onbekende vrouw hoort altijd de vraag wat zij ermee te maken heeft. Daarom een geschilderd portret uit de zeventiende eeuw: een oudere vrouw, geportretteerd zoals zij was. Het onderwerp van deze pagina is even alledaags: wat er in en na de overgang met borsten gebeurt, en waarom dat geen probleem is dat opgelost moet worden.
Als de eierstokken minder oestrogeen maken, trekt het klierweefsel zich terug en wordt het geleidelijk vervangen door vet- en bindweefsel. Dat heet involutie. De borst wordt daardoor zachter, minder vast en vaak iets kleiner van klierinhoud, terwijl het volume gelijk kan blijven of zelfs toenemen doordat er vet bij komt.
De banden van Cooper zijn na tientallen jaren uitgerekt en de huid verliest elasticiteit. Samen met het verdwijnen van het stevige klierweefsel verandert de stand: het weefsel zakt lager op de borstkas en de tepel wijst meer naar beneden. Dat is een normaal verloop, geen gevolg van iets wat verkeerd is gedaan.
Cyclische pijn en spanning verdwijnen in de regel na de menopauze, omdat de hormoonschommelingen wegvallen. Nieuwe pijn die daarna ontstaat, is dan ook eerder aanleiding tot onderzoek dan de bekende cyclische gevoeligheid van vroeger. Bij hormoontherapie kan de gevoeligheid juist terugkomen.
Veel vrouwen dragen na de overgang jarenlang de maat van daarvoor. Zowel de bandmaat als de cup verandert echter, en de vorm verandert het meest. Modellen met een volledige cup en een brede, stevige band zitten in deze fase vaak beter dan de balconettes van eerder. Meet opnieuw en pas met zustermaten.
Omdat dicht klierweefsel wit oplicht op een mammografie, is het onderzoek bij jongere vrouwen lastiger te beoordelen. Na de overgang, met meer vet en minder klierweefsel, wordt de foto juist duidelijker. Dat is een van de redenen dat het bevolkingsonderzoek in Nederland op vijftigjarige leeftijd begint.
Een nieuwe knobbel, een ingetrokken tepel of huid, vocht uit de tepel, een niet genezende plek op de huid, of eenzijdige pijn die aanhoudt. Het risico op borstkanker stijgt met de leeftijd, dus juist in deze levensfase geldt: een verandering die nieuw is, laat u nakijken, ook als u zich verder goed voelt.
Er is geen behandeling die involutie tegenhoudt, en dat hoeft ook niet. Wat wel helpt is praktisch: een bh die past bij de nieuwe vorm, gewicht dat niet sterk schommelt, en beweging, omdat een sterke rug en schouders de belasting beter verdelen. Wie hormoontherapie gebruikt, merkt vaak dat de borsten gevoeliger worden en tijdelijk voller; dat hoort bij de behandeling en is geen reden tot ongerustheid, tenzij er een knobbel of huidverandering bij komt.
Beide komt voor. Het klierweefsel neemt af, maar er komt vaak vet bij, ook doordat het gewicht in deze periode vaak stijgt. De vorm verandert bij vrijwel iedereen.
Nee. Verslapping ontstaat in het bindweefsel en de huid daaronder; smeren bereikt die lagen niet. Een goed passende bh maakt het draagcomfort beter, meer niet.